|
Ronde van Tim Krabbé 2003Rangen in hellingenland Er bestaat een classificatie van de "zwaarte" van hellingen
volgens de formule: kwadraat van het hoogteverschil delen door de lengte van de
klim.
De rest van de klimmetjes, met of zonder naam, stellen weinig voor. Deze constatering is betrekkelijk, want er is menige Posbank bij; alles is relatief. Houd er rekening mee dat de hier weergegeven index aardig klopt voor hellingen die gelijkmatig zijn, zoals de Uglas (no. 10) en de klim naar de Causse Méjean (no. 1). In die gevallen is dom invullen van de formule goed genoeg. Voor onregelmatige hellingen als de Espinas (no. 9) en de Solpérière krijgt men een hogere index als men de methode verbetert door het sommeren van de deelindexen over elke kilometer. Onze hoogtegegevens zijn daarvoor echter niet fijn genoeg. Verfijning is ook maar heel betrekkelijk, want plotseling optredende honger of dorst of zelfs een duel met een collega kan maken dat men de zwaarte heel anders heeft ervaren. Toelichting bij enkele hellingen: No. 3 leek slechts die 5,5 km naar de Col de la Pierre Plantée te zijn, doch na honderd meter vals plat hernam de klim zijn recht en ging het nog wel vijf kilometer gemeen omhoog voordat we al afdalend een beetje mochten rusten. Met no. 7 bedoel ik de klim die vlak bij Camprieu begint (de plaats waar wij door de wegomlegging niet kwamen) en die onregelmatig doorloopt via de Col de la Sereirède en de Col de Prat Peyrot verder omhoog tot het zijweggetje naar de top van de Aigoual. No. 8 is een erg onregelmatig en ook een beetje onduidelijk ding, vooral ook omdat er (tegenwoordig?) geen bord (meer?) staat. Als no. 12 zijn beide cols samen genomen omdat de klim bij Croix des Vents gewoon door gaat. Haut de la Côte (no. 13) is de plek waar niet alleen de klim van Meyrueis naar Lanuéjols ophoudt, maar ook het bos. Zie De Renner, Kilometer 73. No. 14 was de eigenlijke klim, want die van de Col de Pendédis stelde weinig voor. Tenslotte een tabelletje dat mijn bewering moet illustreren over het te behalen gemiddelde als functie van de zwaarte van de cols. Ik heb de som van de indexen voor elke dag opgehoogd met 10, een willekeurige schatting van de niet benoemde en niet geschatte hellinkjes. In de derde kolom staan de gemiddelde's die ik zelf als zo-maar-een-deelnemer per dag behaalde.
Het heeft weinig zin om voor deze steekproef over het aantal
proefpersonen n=1 de statistiek van stal te halen, maar de trend is duidelijk.
terug verslag Ronde van Tim Krabbé 2003
|
|