De Ronde van Tim Krabbé Fiets en Beleving

Ronde van Tim Krabbé 2003

Rangen in hellingenland

Er bestaat een classificatie van de "zwaarte" van hellingen volgens de formule: kwadraat van het hoogteverschil delen door de lengte van de klim.
Voorbeeld: De Col d' Uglas heeft volgens Tim Krabbé een hoogteverschil van 322 meter over een afstand van 5615 meter. Zwaarteindex: 322 x 322 / 5615 = 18,5. Ter vergelijking: Amerongseberg (noordkant) 1,5 en Mont Ventoux (vanaf Bedoin) 131. Deze zwaarte-index wordt merkwaardigerwijze uitgedrukt in meters (immers: meterkwadraat/meter), doch blijkt een tamelijk objectieve maat te zijn van de zwaarte. Als de overige omstandigheden gelijk zijn blijkt de som van de indexen van de cols van een etappe goed te correleren te zijn met de gemiddelde snelheid die men kan bereiken in die etappe. Ik ben gek genoeg om de index van de gereden hellingen te willen weten, dus heb ik na afloop de twee kaarten van het Institut Geographique National (IGN) van het gebied gekocht waarin wij de Ronde van Tim Krabbé hebben gereden. Met behulp van die kaarten heb ik zo goed mogelijk de hoogteverschillen en afstanden van de cols bepaald, waarna ik de volgende rangorde in zwaarte heb vastgesteld, afgerond tot gehele getallen en met erachter tussen haakjes het nummer van de etappe.

  1. Côte du Causse Mejean naar Rieisse (5) 40
  2. Col de l' Asclier vanaf Les Plantiers (2) 39
  3. Côte langs la Pierre Plantée hogerop (5) 37
  4. Col de l' Asclier vanaf l'Estréchure (2) 32
  5. Côte de Cabrillac (4) 32
  6. Col de St. Pierre (4) 29
  7. Côte de Mont Aigoual (5) 24
  8. Col de Solpérière (4) 22
  9. Col de l' Espinas (2) 20
  10. Col de Pierre Levée (2) 20
  11. Col d' Uglas (3) 19
  12. Col du Mercou (2) 17
  13. Col de la Croix des Vents + Col de la Baraque (3) 17
  14. Côte du Haut de Côte vanaf Meyrueis (5) 16
  15. Côte de St. Germain de Calberte (3) 10
  16. Col de Bane (2) 10

De rest van de klimmetjes, met of zonder naam, stellen weinig voor. Deze constatering is betrekkelijk, want er is menige Posbank bij; alles is relatief. Houd er rekening mee dat de hier weergegeven index aardig klopt voor hellingen die gelijkmatig zijn, zoals de Uglas (no. 10) en de klim naar de Causse Méjean (no. 1). In die gevallen is dom invullen van de formule goed genoeg. Voor onregelmatige hellingen als de Espinas (no. 9) en de Solpérière krijgt men een hogere index als men de methode verbetert door het sommeren van de deelindexen over elke kilometer. Onze hoogtegegevens zijn daarvoor echter niet fijn genoeg. Verfijning is ook maar heel betrekkelijk, want plotseling optredende honger of dorst of zelfs een duel met een collega kan maken dat men de zwaarte heel anders heeft ervaren.

Toelichting bij enkele hellingen: No. 3 leek slechts die 5,5 km naar de Col de la Pierre Plantée te zijn, doch na honderd meter vals plat hernam de klim zijn recht en ging het nog wel vijf kilometer gemeen omhoog voordat we al afdalend een beetje mochten rusten. Met no. 7 bedoel ik de klim die vlak bij Camprieu begint (de plaats waar wij door de wegomlegging niet kwamen) en die onregelmatig doorloopt via de Col de la Sereirède en de Col de Prat Peyrot verder omhoog tot het zijweggetje naar de top van de Aigoual. No. 8 is een erg onregelmatig en ook een beetje onduidelijk ding, vooral ook omdat er (tegenwoordig?) geen bord (meer?) staat. Als no. 12 zijn beide cols samen genomen omdat de klim bij Croix des Vents gewoon door gaat. Haut de la Côte (no. 13) is de plek waar niet alleen de klim van Meyrueis naar Lanuéjols ophoudt, maar ook het bos. Zie De Renner, Kilometer 73. No. 14 was de eigenlijke klim, want die van de Col de Pendédis stelde weinig voor. Tenslotte een tabelletje dat mijn bewering moet illustreren over het te behalen gemiddelde als functie van de zwaarte van de cols. Ik heb de som van de indexen voor elke dag opgehoogd met 10, een willekeurige schatting van de niet benoemde en niet geschatte hellinkjes. In de derde kolom staan de gemiddelde's die ik zelf als zo-maar-een-deelnemer per dag behaalde.

etappe som-index gemiddelde
1 10 27,2
2 116 20,9
3 56 24,7
4 93 23,5
5 127 22,5

Het heeft weinig zin om voor deze steekproef over het aantal proefpersonen n=1 de statistiek van stal te halen, maar de trend is duidelijk.
En de tweede dag, de elfcollentocht, dan? Toen was ik erelid van de bezemploeg, en dan fiets je heel anders.
Jarich

 

terug verslag Ronde van Tim Krabbé 2003