|
|
Ronde van Tim Krabbé 2003
Het Franse boertje
door Jarich Renema, 2003
Na weken zag ik hem terug, onze trainingsmaat, gebruind en wel.
"Hee, ouwe, vacantie gehad? Waar heb jij uitgehangen?"
Fietsvacanties, zei
hij. Eerst lange klassiekers en dan wat korter Cevennenwerk. Ik vroeg naar wat
en waar dan. Hij talmde eerst wat, keek dan schichtig om zich heen en
fluisterde tenslotte, dat hij bang was dat hij iets heel elitairs had gedaan.
Had op zijn buitenlandse fietstochten altijd in eenvoudige hotelletjes
overnacht en was nu niet onder de drie sterren geweest. Ik vroeg nieuwsgierig
om opheldering. "Ronde van Tim Krabbé, van de Renner", mompelde hij
geheimzinnig.
"Gossie, man", riep ik,"Heb ik aankondigingen van gezien,
maar was dat niet béreduur? Ben jij zo'n patser?" Hij zei dat hij er
bang voor was geweest, maar dat het eigenlijk wel meeviel, want alles was
inbegrepen. "Bij andere tochten moet je je onderweg helemaal zelf
ravitailleren, maar hier moest je alleen de drankjes zelf betalen en je weet,
ik ben toch al minder gaan drinken." Ik wilde hem ontzien en liet het
cliché 'ook niet minder' achterwege. Ik vroeg of hij nog wat beleefd
had. Nou, daar deed hij heel bescheiden over.
Een paar topsporters
meegemaakt en wat journalistenvolk, maar ach, die zijn ook maar als jij en ik,
al zijn er wel schitterende mensen bij. Maar, vroeg ik, was het ook leuk?
Hij kon er toch wel wat aardigs over vertellen? Hij haalde stuurs zijn
schouders op. Bang dat er niks uit zou komen vroeg ik wat er dan zo
verschrikkelijk was geweest. Toen stak hij van wal. "Ik had nooit gedacht dat
me zoiets zou overkomen. Verschrikkelijk. Ik fietste de Corniche van de
Cevennen op. Dat ze zowat allemaal harder konden dan ik, ouwe zak, is niet zo
erg. Boven op de eerste Col kreeg ik water van een goede vriend.
Toen het
wat vlakker werd fietste ik er nog een stel maten uit, want dan kan ik het wel.
Toen die tweede Col. Verschrikkelijk. Het was zo heet. Toen ik eindelijk het
bordje naderde, bedacht ik dat ik een foto wilde maken van het bordje
Col-de-l'Exil-altitude-706 m met mijn fiets er tegenaan, je weet wel. Loopt er
me toch net zo'n Frans boertje bij dat bord heen en weer, blauwe kiel,
strohoedje op, knoestige stok in de hand. Ik nog bidden dat het mannetje vlug
zou opsodemieteren, maar nee hoor. Toen bedacht ik dat het eigenlijk zo'n
beroemde Col ook niet was en dat ik maar door zou fietsen.
Zegt die man
ineens: "Zijn jullie de jongens van Tim Krabbé?" Verbaasd draaide ik
bij. Nederlander en wist nog van onze tocht ook. We praatten wat. Nee, ik was
niet de eerste en ook niet de laatste. Nee, Tim moest volgens mij nog langs
komen. Omdat ik keurig ben opgevoed dacht ik dat het goed was me even voor te
stellen. Je gaat niet zo maar met een onbekende praten. Ik zeg mijn naam. Hij
ook. Kees van Kooten, zegt hij. Ik zie hem nog eens aan . Verrek, zeg ik,
dé Kees van Kooten, nu zie ik het. "Ja", zegt hij:"Ik woon hier, deze
Col is van Mij!" Nou, je snapt, ik had het niet meer. Ik schaamde mij rot. Dat
ik hem niet herkend had!
Gelukkig kwam op dat moment Tim aan in een
cabriolet en die kent hij tenminste.
Diep gebukt ben ik weggefietst. Ik
geneer me nòg." Ik voelde met mijn oude makker mee, maar ik troostte
hem; wie weet zou ik zo'n beroemdheid ook niet herkend hebben.
JARICH
terug verslag Ronde van Tim Krabbé 2003
|