|
Ronde van Tim Krabbé 2003Tourtoto 2003Voorbeschouwing Ronde Tim Krabbé door Gert Spijker Het is nu (begin juni 2003) al tijd voor een eerste aankondiging voor de tourtoto. Het wordt een speciale dit jaar. Ik heb me namelijk teruggetrokken in de Cevennes waar dit jaar van 10 t/m 14 juni 2003 voor het eerst de Ronde van Tim Krabbé wordt gereden. Vijf etappes met zelfs een heuse klimtijdrit over 5,9 km. Het AD en de Volkskrant hebben zelfs 2 journalisten en een fotograaf vrijgemaakt voor dit evenement. Morgenvroeg gaan we met 30 man en 2 vrouwen beginnen met de eerste etappe van 135 km over relatief vlakke wegen. Ik heb er een zwaar hoofd in. De hitte is nu al moordend en niet te dragen, ik heb nu al voortdurend dorst en de sterke verhalen van deelnemers met 16000 km in benen met altijd een strak gemiddelde boven de 30 km p/u, doen me de moed in schoenen zinken. Er zijn er die dit jaar al 4 echte KLASSIEKERS van elk 250 km hebben gereden. Daar steken mijn 1000 km dit jaar armzalig tegen af. Tot mijn schrik hoorde ik ook nog dat Bart Veldkamp en 2 kampioenen van het marathonschaatsen in de koers zitten. Qua uiterlijk (voor de gelegenheid een snelle coupe met Castelli wielershirtjes en strakke zonnebril aangemeten) wil ik in het gunstigste geval als kanshebber ogen, maar mijn gezicht zal na 5 km alle kentekenen van een verliezer vertonen. Wel ben ik blij, dat de mecanicien van de groep naast me in de trein zat en we elkaar gelukkig lagen, zodat hij vanavond mijn eerste malheur (een niet lopend achterwiel) heeft verholpen. Ik ga jullie elke dag (als mijn lichamelijke gesteldheid het tenminste toelaat) op de hoogte houden van de ervaringen in de Ronde van Tim Krabbé om jullie interesses te wekken voor de tour(toto) 2003. 1e Etappe - 10 juni 2003 Schrijf op. Gert Spijker wint dit jaar niet de tour de Tim
Krabbé en ben niet meer interessant voor welke tourpool dan ook. Vanuit
de start spoten de coureurs als een stelletje amateurs uit de startblokken. Tim
Krabbé schreef al eens dat iemand demarreerde als een 20 keer
klaarkomend Colombiaans neukertje. Aan die soorten van explosies durfde ik na
een dag van 145 fietsen onder de koperen ploert (ver over de 30 graden hier)
helemaal niet te denken. Desondanks kon ik vandaag de enige Belg in het
gezelschap (nee niet Bart Veldkamp, die koos vandaag voor een extra ingelast
dagje krachttraining en dus niet voor de koers), met de karakteristieke
Belgische naam Philip Maes, na zon 70 km lossen. Ik zag hem vanavond pas
bij het diner weer terug aan tafel. Zijn excuus was dat hij meer dan 100 kg
woog. Hij had ondanks zijn matig presteren overdag een pretentieuze bandana op
zijn hoofd gebonden. Ik geloof dat ik vandaag als 10e over de streep bolde,
maar wel nadat ik eerst de watervoorraad van een supermarkt en een bar de
tabacs had geplunderd. Godver wat had ik een dorst. Morgen een zware rit van
130 km over 11 cols, en hoop jullie morgen nog een berichtje te kunnen mailen.
Letten jullie wel op de Dauphiné Libéré ? Altijd goed voor
wat geheime tips voor dit jaar, want ik zit me hier niet voor niets kapot te
trappen om jullie de komkommermaand juli een beetje van het internet af te
houden (wat heb ik gehoord, heeft de nieuwe directeur een onderzoek laten
instellen naar het dubieuze gebruik van nog dubieuzere internetsites? ). 2e Etappe 11 juni 2003 Lieve volgers, Ik ben vereerd met de vele reacties uit Nederland, en voel me ondanks het late tijdstip vanwege een lange lezing van Tim Krabbe verplicht jullie nog even te berichten. Het was een loodzware dag in een verzengende hitte met naast de bergen een kudde schapen als voornaamste obstakel. Een kudde die mijn helse achtervolging op de kopgroep helemaal naar de kloten hielp. Gelukkig kwam Philip uit Brugge weer in het vizier op de Col de Asclier. Deze hoteleigenaar plezierde me met de woorden allez Gert het is vandaag de hemel verdienen maar de hel beleven. Ik heb hem toen via een splitsende demarrage mijn deinende achterwerk laten zien, maar zoals zo vaak word ik altijd in de afdaling bijgehaald en net zo hard ter plekke gelaten (man wat ben ik een schijter op de fiets). Je klimt je een uur verrot voor een minuutje winst om in no time in een afdaling ver weg te worden gereden. Maar okay ik ben, en dat is duidelijk, geen klimmer, geen afdaler, en geen sprinter. Dus is de tijdrit van morgen over 5,9 km op de Col d' Uglas mijn laatste kans als wielrenner ooit nog ergens in uit te blinken. Tim's snelste tijd ooit op deze berg was 14 min 56. Ik schat me zelf op 22 minuten. Demain les résultats. Enkele vrouwen op het werk maken zich, blijkens verontrustende
mails, zorgen om mijn zebra huidskleur. Ik beloof jullie, ik ga bij terugkomst
op kantoor niet uit de kleren, en zie ik dus er net als anders gewoon lekker
uit. Er was ook een mannelijke collega met de vraag of er nog aantrekkelijke
mannen zo rond de 30 in het peloton meereden. Ja Maurice, ze zijn er wel, maar
ze zijn jammer genoeg voor jou op vrouwen. Zo blijkt marathonkampioen Miel
Rozendaal al 4 jaar verkering te hebben met Gretha Smit en van Bart Veldkamp
weet je dat hij alle vrouwelijke schaatssters de kop gek heeft gemaakt en zijn
bed ruimhartig met velen van hen heeft gedeeld. Voor vandaag zijn dit de
roddels binnen het peloton. 3e Etappe 12 juni 2003 Dag trouwe liefhebbers, Mensen wat is dit vandaag een afgang geworden. In de vlakke 20 kilometers naar de start van de tijdrit van de Col d' Uglas voelde het al heel slecht (veel te slecht geslapen vanwege niet nader te omschrijven privé omstandigheden) en ook kon Philip, de sympathieke Belg, me niet echt opfleuren. Hij rijdt naar zijn zeggen vaak, als alternatief vakantietripje, bij grote Rondes de etappes voor het peloton uit. Op mijn vraag of hij net als ik ook zo'n grote fanatieke Tv-kijker van bergetappes was, antwoordde hij ontkennend. Allez Gert, het is net als met het kijken naar een geil pornooke, ik doe het liever zelf. Tijdens de tijdrit, waar ik als vijfde mocht starten en hoogst persoonlijk door Tim Krabbé werd weggeduwd (ik was erg bang om daarbij direct op mijn snuit te gaan) had ik zowaar de eerste 500 meter het gevoel lekker te rijden. Mijn teller stond boven de 17 km per uur, en een tijd binnen de 20 minuten zou dus mogelijk zijn, maar gaandeweg ging de kilometerteller angstvallig omlaag, en vanuit de achtergrond vloog een groot aantal renners me angstvallig snel voorbij. Zelfs Volkskrant journalist Bart Jungmann, die een halve minuut na mij was gestart (de dagen ervoor door mij een graag geziene gast in de beklimmingen, en tijdens de eerste etappe halverwege zelfs had opgegeven), liet me staan of hij me tegenkwam. Nee, einde carrière voor mij. De uitslag van de tijdrit :
Na de tijdrit hebben we ons opgemaakt voor nog 80 km met 3 cols, waarvan de tweede me ernstig opbrak, en ik al vroeg en ongewild in de bus van 2 renners verzeild raakte. Ik dacht ernstig aan opgeven. De lunch onderweg schonk me echter ongekende krachten en deed me zelfs weer fantaseren over onchristelijke manoeuvres in het dagelijkse leven. Sorry voor dit taalgebruik, maar wielrennen is nu éénmaal een katholieke sport en die lui weten wel raad met onzedelijk gedrag. Er zijn geluiden vanuit Nederland dat deze Ronde niet echt leeft in de media. Naar verluidt staat er echter elke dag een column in het AD en zaterdag pakt de Volkskrant uit met een verslag in de reisbijlage (waarom niet in het sportkatern). Dus lezen mensen. En er is zelfs vandaag een filmploeg in de Ronde gearriveerd, waarvan de camerajongen met een cameraatje op zijn helm meefietste (reed de tijdrit zonder enige voorbereiding in 20.26). Er wordt een video van de Ronde gemaakt en zal de festivals waarschijnlijk halen. Ik ben dus, mensen in Holland, echt wel bezig met een historische gebeurtenis. Morgen weer ruim 100 km en stijgend van 300 m naar 1000 m. Ik heb er een zwaar hoofd in. Dit was Anduze, au revoir Gert. 4e en 5 e Etappe 13 en 14 juni 2003 Dag lieve mensen uit de volgerskaravaan, Ik ben inmiddels weer terug in Nederland, en heb door een verplaatsing in het Franse zuidoosten geen tijd maar ook geen technische mogelijkheden gevonden jullie op de hoogte te houden van mijn ontwikkelingen als Renner. Uit enkele mailtjes blijkt dat er een aantal volgers erg ongerust is over mijn bestaan als Renner maar vooral als mens. Is hij slachtoffer geworden van aasgieren in de Gorges du Tarn of hebben hongerige wolven uit de bossen van de Cevennes zich op een zwalkende wielrenner geworpen ? Niets van dat al. Ik ben, dus ik leef. Maar mensen, het was een ware verschrikking die 2 laatste dagen in de Ronde van Mont Aigoual. Temperaturen die angstvallig naar de 40 graden gingen, en lieve vriend en collega Kees, ik weet nu wat het is om in een bakoven te fietsen en je bandjes te voelen plakken aan het asfalt. Vrijdag leek nog een veelbelovende dag te worden. In de vlakke 10 kilometers naar de eerste col, de Corniche de Cevennes heb ik nog gezellig zitten te keuvelen met Nederlands kampioen marathonschaatsen Bert-Jan van der Veen, die mij af en toe een vriendelijk en spannend zetje gaf als er een gaatje dreigde te vallen. Maar toen de echte klim begon moest ik al snel Bert-Jan en de meeste anderen laten gaan, maar ik kon wel een goede cadans vinden, en in de daaropvolgende col (de Col d'Exile) ging het zowaar nog beter, en wist ik zelfs een groepje bij te halen. Tot mijn grote verbazing stond boven aan de col mijn andere grote idool Kees van Kooten (die van Wim de Bie) toevallig (?) het schouwspel van dichtbij te bekijken. Dochter Kim was jammer genoeg beneden in het dorp. Kees heeft op de top zijn vakantie buitenhuisje. Samen op de foto met Tim Krabbé en Kees van Kooten. Het kan slechter. De dag verder gefietst met de Volkskrant, mijn steun en toeverlaat deze week. In zijn stuk in de krant, noemde hij me de grootste romanticus van het peloton. Gisteravond in de trein merkte hij nog wel terloops op, dat deze uitstraling geheel en al gebaseerd was op mijn impressies over de wielersport en niet op andere facetten des levens, mochten zich enkele volgers ongerust maken over mijn andere escapades gedurende die week. Nee lieverd, er is echt niets gebeurd. Na eerst nog de meest gevaarlijke afdaling (boerenpad met 20% percentage) aller tijden in doodsangst te hebben doorstaan, en vaak aan pakkende reclamequoten moest denken, ben ik na de lunch weer verder gefietst om na enkele kilometers te beginnen aan de Col du Perjuret (altitude 1033 m). In de afdaling van deze historische col kwam ooit het grote Franse wielertalent Roger Riviere zwaar ten val. Deze col had ik in recent verleden al eerder beklommen en was me toen ook al niet lekker bekomen. Maar vandaag was het een helse marteltocht. Hoe ik boven ben gekomen is me niet geheel duidelijk, maar de laatste meters heb ik, met dank aan Theos en Theas Knutseluur, alleen maar gedacht "Gert, altijd van je af". Bovenop aan de top van de Perjuret heeft de Volkskrant mij meer dood dan levend van de fiets gehaald, en mij liefdevol tegen een boom gelegd en een historische foto genomen (Fin de carrière du Gert Spijker). Gelukkig was het daarna alleen maar 30 km afdalen naar de finish, waar een liter kouwe Cola me weer een beetje de allure van mens teruggaf. Wel was het zelfvertrouwen voor de grande finale "de Ronde van de Mont Aigoual" op zaterdag geheel en al naar de kloten. Dit gebrek aan vertrouwen werd die dag erop geheel gerechtvaardigd in de eerste col die na de eerste 20 vlakke kilometers opdoemde. Zes km steile wand klimmen. Vanaf de start van de klim heb ik alleen maar renners voor me gezien en mijn teller kwam niet hoger dan 8 km per uur. Ik moest aan het eind van de dag de aanwezige cameraploeg nog mijn favoriete passage van "de Renner" voorlezen, en die ik heb voor de gelegenheid aangepast. -Daar reden ze dus weg, de hele kleurige troep. Tien meter, twaalf meter, twaalf meter één. Veertig meter. "Waarom ben je gelost? " "Het ging niet meer". "Eén extra trap had je die nog kunnen doen?" "Ja God, één trap nog wel". "Waarom heb je dat dan niet gedaan?". "Het ging niet meer". Ik zag ze niet meer, ik was een geloste renner, ik was een 45-jarige Nederlandse man in een rood truitje, die omhoog probeerde te fietsen. Volgauto's passeerden, daarna was het weer stil in het bos.- Ik ben uiteindelijk de eerste en de tweede col nog wel per fiets overgekomen, maar bij de derde na zo'n 70 km heb ik aan mijn veelbelovende carrière als gemeenteambtenaar én minnaar moeten denken, en heb voor een kilometer of 30 veilig de bezemwagen opgezocht waarin ik de koers verder heb gevolgd, en genoot van de fantastische vergezichten. Ik heb me uiteindelijk laf op de top van de Mont Aigoual laten afzetten om daarna de laatste dalende 40 km op mon velo mijn zonden te overdenken. Ik was ooit een grote belofte, maar ben bij nader inzien toch liever een romanticus. Liefs vanuit inmiddels weer een lekker koel Arnhem en hoop jullie lekker te hebben gemaakt voor de tourtoto 2003. Gert
terug verslag Ronde van Tim Krabbé 2003
|