Meyrueis, vrijdag,10-06-2005
Dagverslag van Bart
"Everything we do in live
will echo in
eternity" .
Als enige student binnen het gezelschap werd mij gevraagd of ik
een stukje wilde schrijven m.b.t. de laatste dag van "De ronde van Tim
Krabbé". Ik vraag mij echter op dit moment af of dit niet te wijten valt
aan het feit dat de rest van de groep meer zin had in een lichte versnapering
i.p.v. het schrijven van een stukje. Ik denk dan ook dat ik er goed aan doe om
dit laatste verslag niet alleen te wijden aan de laatste etappe van de gehele
ronde maar ook om van dit moment gebruik te maken om even terug te kijken op de
rest van de week.

Het is nu vrijdag avond half elf en ik zit dit stukje tekst nu te
schrijven in het hotel in de eetzaal en als ik dan hier zo om mij heen kijk dan
kan ik concluderen dat het een fantastische week was. Een week vol
inspanningen, mooie verhalen en veel humor.
Velen malen dank dan ook aan de organisatie en ik hoop ook
persoonlijk dat ik menigeen volgend jaar terug mag zien binnen deze ronde.
Mijn huisgenoten vroegen mij op onze vaste huis borrel avond:
"Bart wat ga je daar nu eigenlijk doen bij die ronde?". "Heb je daar meer lol
dan in Amsterdam? Smaakt het bier daar beter? Of zijn de vrouwen
aantrekkelijker?".
Mijn antwoord luidde:"Geen van allen heeren".
Ik ga daar lekker een stukje fietsen. Het heeft mij enige
overredingskracht gekost om dit punt duidelijk te communiceren richting mijn
huisgenoten. Kortom hier het verslag van een student tijdens de laatste etappe
van de ronde van Tim krabbé:
De Ronde van de Mont Aigoual.
ledereen weet dat als je meerdere dagen fietst in een week dat er
altijd en immer een dag in die week zal zijn dat alles pijn doet en dat de man
met de hamer onverbiddelijk langs de weg staat. Iedereen weet ook dat je na die
dag een bepaald soort buskruit in je kuiten hebt hangen waar Napoleon jaloers
op zou zijn geweest. De man met de hamer kwam ik gisteren tegen en vandaag
beschikte ik dus over de juiste melange in mijn kuiten. Ik werd vanochtend om 7
uur gewekt door mijn vader met de boodschap: "het is tijd om je nest uit te
komen". Ik heb me rustig aangekleed en ben vol goede moed richting het ontbijt
afgedaald om plaats te nemen binnen het illustere gezelschap van deze week.
Enigszins gedesillusioneerd dat er niet in een kompleet peloton gestart zou
worden besloot ik om mijn vader te vergezellen naar de eerste klim van de dag.
Dit laatste was natuurlijk een zwak excuus om me niet al in de eerste 30
kilometer volledig stuk te rijden in het wiel van Maarten, Tim of Patrick. Toen
de route voor het eerst een percentage boven de 6% bereikte wist ik dat de
etappe begonnen was.
Geen last van mijn benen. Ik voel niks. Is dat goed of is dat
slecht? Mijn teller geeft 14 km/u aan dus ik ben al lang tevreden. Aangekomen
bij de lunch zie ik Rob staan. Ik herinner mij de vorige ronde van de Mont
Aigoual en besluit wederom Rob lastig te vallen met mijn gebral tijdens de
tweede helft. Ik besluit dan ook om de lunch over te slaan en op het moment van
mijn beslissing moet ik denken aan een uitspraak van Gene Hackman:"Or you are
incredibly smart or you are incredibly stupid". We wachten het af. We klimmen
heerlijk en keuvelen lekker met elkander. Nadat we onder weg nog even "de
zwartrijder" hebben uitgekafferd beginnen we aan de Mont Aigoual. Mijn benen
voelen goed en dit wordt bevestigd door Rob als hij het niet meer bij kan
houden en mij verteld dat hij het rustig aan moet doen omdat hij 's avonds nog
wat met vier mannen moet doen. Ik denk er maar niet verder over na. Boven op de
top word ik gepasseerd door de kanonnen van deze week. Jezus wat heeft die
Kibalko een kuiten en wat trekt die Andres door. Na een korte poging neem ik op
een ietwat studentikoze wijze afscheid en vervolg ik mijn eigen weg. De top is
bereikt en ik zit nog steeds alleen. Geen punt. De afdaling kan beginnen. Ik
wil hard, harder, hardst en mijn teller tikt de 65 aan. Prima denk ik bij
mijzelf en ik kachel door. Dit is de laatste dag, nu kan je alles geven. NU
MOET HET GEBEUREN...
Ik bereik in mijn eentje Meyrueis en kan er op het einde nog een
sprintje met mezelf uittrekken. Een sprintje wat ik net gewonnen heb.
Één voor één zie ik de rest van de deelnemers
binnen druppelen en ik kan maar één indruk van de gezichten lezen
en die indruk is genot. Iedereen heeft genoten en zo heeft de leiding zich aan
hun belofte gehouden. Heeren leiding, heeren schaatsers, heeren fietsers.
Redankt voor een fantastische week en tot volgend jaar.
terug verslag 2005
|