Woensdag 8 juni
Dagverslag van Joris
De tijdrit op de Col
dUglas.
7.00 De wekker gaat. Uglas denk
ik, en druk de wekker uit voor nog een kwartiertje slaap. Al dommelend
analyseer ik mijn benen. Althans, het blok beton wat ook in mijn bed ligt en
waar mijn benen ergens tussen zitten. Het Tourtochtje heeft er de
afgelopen twee dagen diep ingehakt. De biertjes op het terras ook. Gelukkig heb
ik het parkoers verkend. Nog even de illusie gehad de enige te zijn geweest,
waarschijnlijk net als de andere helft van de deelnemers
8.00 Ik rommel wat met de eitjes. Vandaag
een hoogtepunt in de ronde. De klimtijdrit naar de Uglas. Bedevaartsoord voor
wieler- en literatuur minnend Nederland, een absolute must op de lijstjes
tussen de Redoute en Mont Ventoux. Alleen Leblanc heeft zich hier nog steeds
niet laten zien. Gister aan tafel heeft iemand me nog wat zelfgemaakte
grafiekjes met stijgingspercentages per meter laten zien. Terecht,
oordeel ik. Mijn fietsmaatje heeft zelfs een nieuwe lichtere fiets gekocht met
het oog op deze dag. Een dergelijk gebrek aan relativeringsvermogen maakt hem
zeer geschikt voor renner.
9.15 Een merkwaardig soort stilte. Samen
met nog 10 renners zitten we op het muurtje voor het hotel. Normaal allerlei
gekeuvel, vandaag
.stilte. Iemand merkt op dat het stil is. Er wordt
meer dan normaal aan zadels gesleuteld. Wedstrijdspanning
Onder
leiding van Bert Jan scheert ons groepje weg met 35 kilometer per uur. Na drie
seconden lig ik in volle sprint. Vlieg langs een renner in een groen shirt. Jos
blijkt in de tang te zijn genomen door een franse zondagsrijder. Kan nog net
bedenken dat het mooi is dat hij niets heeft.
10.20 De splitsing. Ik wordt gelijk
omgeroepen. Gooi helm en reservebandje in de auto van Cor en pieker nog even
over mijn tweede bidon. Ferdi Kubler reed altijd beter zonder bidon. Ik kan de
bidon natuurlijk altijd nog leegdrinken als ze te zwaar is. Toch blijft ze
achter. Ik vertrek en geniet van de laatste vlakke meters.
10.25 Patrick schiet voorbij, blik op
oneindig, handen rustig op het stuur, mijn eigen ambities aan diggelen
fietsend. Zoiets moet Tim hebben gezien vanaf zijn bankje, 35 jaar geleden. Als
ik aanpik blaas ik mezelf op. Eindelijk het dorpje, even drie seconden adem. Ik
kom wat beter in mijn ritme en begin zelf renners te passeren. Welke berg is
dit ook alweer?

10.30 Onderweg spookt de analyse van Tim
door mijn hoofd. Er spookt dus iets door mijn hoofd. Niet van verzet wisselen
zei ie. Onmogelijk
Licht, zwaar, licht, zwaar. Zelfs Maarten schijnt het
niet meer precies te weten als Krit op zijn watertrapverzetje voorbij peddelt
naar een toptijd. Ook deze beklimming zal niet het ultieme verzet leren. Maak
de fout te gaan experimenteren. Rijd lichter dan gebruikelijk. Ik kan hier maar
één ding uit concluderen, licht rijden is pijn uitstellen. Ik ben
dus niet geschikt als renner.
10.35 Een rotspunt, de wind vol in het
gezicht. Dit herinner ik me van de verkenning. Kan nog net bedenken dat deze
kennis me dus niets oplevert.
10.40 Daar is dan eindelijk dat beroemde
typisch franse naambordje dat iedereen al wel eens op een foto heeft gezien. De
start is inmiddels vijf seconden geleden. Ik kijk op mijn metertje en vloek.
19.40 Het metertje is kapot, kan niet anders. Toch eens bellen met de
leverancier. Renners vliegen onder aanmoedigingen met bosjes voorbij en laten
zich het heuveltje weer een stukje afrollen. Iedereen kijkt vrolijk als ie de
streep passeert. Of lijkt dat maar zo en zien renners met goede tijden rijden
er altijd vrolijker uit? 
11.00 Een ezel tuurt de laatste renners
dwaas aan. Heeft waarschijnlijk meer groepjes gestoorden voorbij zien komen.
Fototoestelletjes komen te voorschijn. De Uglas is natuurlijk wel de Uglas, en
dat zal het thuisfront weten ook. Begrijpt iemand dit? Neem me voor volgend
jaar terug te keren en wel op de grote molen naar boven te gaan. Smekend en
biddend om een hapje lucht desnoods. 17.30 moet mogelijk zijn. Heb van Tim al
begrepen dat Klebér ook nog steeds goed is voor 21-ers.
terug verslag 2005
|