Vrijdag 10 juni
Dagverslag van RS
De Ronde van de Mont Aigoual,
zuur verdiend. .
Op vrijdag, de laatste dag van de Ronde van Tim
Krabbé is de Ronde van de Mont Aigoual, de Koninginnenrit, de
Ronde uit De Renner. De renners en andere fietsers zitten s
morgens fris en verwachtingsvol aan het ontbijt. Maarten heeft goede
benen vandaag wordt er geroepen. Even later: Tim heeft ook goede
benen!. De toon wordt gezet. De minder snelle fietsers starten het eerst.
Een uur later starten de snelsten en de schaatsers. De middenmoters kiezen hun
tijd ertussen, in de vier dagen ervoor is het duidelijk geworden waar je ergens
staat tussen dit gezelschap. Ik start met de eersten.
De Ronde van de Mont Aigoual gaat over 137 kilometer, twee
verschillende lussen door Meyrueis. De Mont Aigoual is de hoogste berg van de
Cevennen, 1567 meter. Hij zit in de tweede lus. Die kant op is de lucht strak
blauw, dat is mooi.
Een mens stijgt boven zichzelf uit tijdens de Ronde van Tim
Krabbé zegt onze nestor Meindert. In de Renner schrijft Tim: Een
mens bestaat uit een geest en een lichaam. De geest is de wielrenner. De geest
heeft de beschikking over twee instrumenten: een lichaam en een fiets.
Beiden moeten in orde zijn en op elkaar ingespeeld. Dat heb ik
gemerkt in de vorige dagen. De tweede dag, tijdens de 12-collentocht startte ik
met hoofdpijn. De eerste kilometers met bonkend hoofd gereden. Na anderhalf uur
was het weg en voelde ik mij weer toppie. Bij de afdaling van de Col de la
Lusette, de tweede col, vond mijn fiets het nodig een onderbreking in te
lassen. Precies in een bocht met een schitterend uitzicht, en 100 meter nadat
ik Gerrit passeerde, die Eef hielp met het oplossen van zijn zevende (en
laatste) lekke band. Hij had nieuwe wielen met een velgenlint dat niet geschikt
was.
En ja hoor, tijdens het maken van de eerste foto kwamen ze er al
aan. Beetje hulpeloos kijken, want mijn laatste lekke band was alweer lang
geleden. Onder gemopper dat hij daar natuurlijk niet aan kan beginnen bij
iedereen, werd mijn band weer helemaal in orde gebracht door Gerrit. De enige
lekke band in deze week, prima fietsje toch!
Eerst gaat het door de Gorges du Jonte. Het gaat goed. Iemand
roept: Ik ga met Ricky mee. Het is koud, ik fiets hard door om warm
te worden, niemand volgt. Ik heb er zin in, ik ben goed voorbereid, voel me
goed. Gisteren een rustdag genomen en 78 kilometer gefietst over
twee collen. De zware etappe ging over de Corniche, de schitterende bergkam van
de Cevennen, en is 105 km lang. En goed gegeten tijdens de lunch bij Auberge du
Tarnon in Les Vanels.
Heerlijk: Eindelijk fiets ik de Ronde van de Mont Aigoual. Ik
geniet. Af en toe komt een Renner langs in een kobaltblauw fietsshirt met de
letters Batüwü Griek Griek. We groeten en wensen elkaar succes. Bij
Le Rozier, het gaat goed, ik rijd door. Lichte twijfel, brug rechts. Dat kan
nog niet, veel te vroeg. Doorkarren maar. Dat zelfde gevoel had ik ook op de
tweede dag: na 5 kwartier was ik nog maar op de tweede regel van de
routebeschrijving. Toen zag ik lange tijd geen fietsers van de Ronde van Tim,
ik was wat later gestart . Wel een paar mountainbikers ingehaald die met
bepakking naar boven peddelden. Ca va? Oui
Difficyl Oui, difficyl. Een wit-rode pijl kwam toen
snel in zicht.
Riviere du Tarn. Klein dorpje, doorkruist door de D970. In mijn
hoofd gonst het: Het klopt niet, je zit fout. Ik heb 30 km op de
teller en bedenk dat ik de route van de Ronde van de Mont Aigoual grofweg kan
verdelen in 6 stukken die niet allemaal even lang zijn, maar toch niet heel
veel kunnen afwijken in lengte, ik zal dat nog eens narekenen. Maar 6 x 30 =
180 km. Zal ik dan toch verkeerd zitten? Al kilometers door niemand meer
ingehaald.
Nog even verder kijken. De teller geeft aan: 33 km. Stop! Dit is
zeker weten verkeerd. Het afslagpunt, zie ik nu, is bij 20 km. Gerrit gebeld.
Waar zit je dan? Op de weg Meyrueis Millau, voorbij
Pierrelade en Riviere du Tarn. Ik weet niet waar je zit, maar ik
wacht wel bij de brug bij Le Rozier. 10 minuten later rinkelt de telefoon
in mijn zak. Ik fiets door. 5 minuten later rinkelt het opnieuw in mijn zak.
Laat maar gaan, dat schiet niet op. Even later komt Gerrit mij tegemoet rijden,
hij keert en maant tot stoppen. Hij moppert wat over hoe dat nu mogelijk is dat
ik de pijl heb gemist. Die was zeker weggehaald opper ik. Ik ga plassen. Ik zie
dat Gerrit het voorwiel eruit heeft en net op het punt staat mijn fiets in de
auto te zetten. Ja hé, terug, wiel erin, ik ga fietsen. Ik bedenk dat ik
dan maar wat meer kilometers fiets, geen probleem, ik heb goede benen vandaag.
Bij de brug in Le Rozier heb ik precies 45.45 op de teller. Gerrit
wijst naar de pijl, tja
En iedereen is al door. De organisatie komt in de knel als
jij een uur achterligt zegt Gerrit. De verzorgingspost moet naar de
tweede lus. Ik laat me overtuigen en stap in. De fiets past nog net tussen het
fiets- en verzorgingsmateriaal. Daar rijden we door de prachtige Gorge du Tarn
naar Les Vignes. We klimmen naar de hoogvlakte Causse Méjean. Oeps, wat
een steile klim is dit! Ik zal Meindert vragen hoeveel procent deze helling is.
Meindert heeft een hellingmeter op zijn fiets. Later zegt hij dat deze helling
niet boven de 12 % uitkomt. Dan blijkt hij minder steil dan de Col de Triballe
op de tweede dag, die had een stuk van 14%. Vanuit de auto lijkt een beklimming
heel anders dan op de fiets.
Ontgoocheld, bijna met een gevoel van schaamte, stap ik bij de
verzorgingspost uit de auto. Pascal wil weten wat er mis is gegaan. Cor doet
bemoedigend. Niels heeft geen fietskleren aan, ik weet niet meer waarom. Ab en
Cock zijn bezig met hun materiaal. Meindert luistert naar mijn verhaal, wat hij
ervan denkt weet ik niet meer. Ik vul mijn bidons en steek vier vijgen in mijn
fietsshirt. Ik eet ze s avonds op de hotelkamer pas op.

Snel ga ik weer op weg. Ik baal, ik probeer vooruit te kijken en
de schade te overzien. Ik betreur dat ik de meeste fietsers en de snelle
renners niet heb zien passeren. Renners en fietsers met verschillende koppen,
verschillende benen en verschillende stijlen. Ik ben geen renner, ik ben een
fietser. Renners pochen s avonds bij het diner over hun prestaties, hun
snelheid, hoe ze de anderen de loef af staken en zelf door anderen werden
opgejut en uitgedaagd. Renners racen in groepen of soms alleen. Fietsers
genieten van de omgeving, van het fietsen, ze zijn ook snel, hebben steile
beklimmingen, zijn trots op hun prestaties. Het verschil zit in de tijd die ze
nodig hebben om hetzelfde traject af te leggen.
Op weg naar de Col de Rieisse (946 m.) komen Ab en Cock mij
voorbij. Op de beklimming ga ik hen weer voorbij en ik ben verbaasd hoe snel ik
uitloop. Ik heb ze niet meer gezien.
In Meyrueis eet ik snel een bord pasta. Mont Aigoual, ik kom
eraan. Laat ik die tweede lus dan wél goed fietsen. Ik bestudeer
regelmatig de route. Steeds komt het in mij boven: Hoe stom kun je
zijn? Maar ja, dat helpt niet meer. Ben ik maar één keer
fout gereden tijdens de Ronde van Tim Krabbé en precies in de Ronde van
de Mont Aigoual, en ben ik ook nog eens zo eigenwijs om niet meteen te
luisteren naar de signalen waardoor ik het allemaal erger heb gemaakt. Ik ben
pas gestopt toen ik zeker wist dat het mis was.
Lanuéjols, een prachtige streek is dit hier, er ligt een
hagedis langs de kant met helgroen vel. Ik word gepasseerd door een
collega-fietser. Ik zie hem voor de finish niet meer terug. 12 km voor de Mont
Aigoaul staat Cor met voedsel en drank. We kletsen een tijdje. Het is altijd
een plezier om Cor weer te zien. Gesterkt ga ik op weg. Alleen nog de Mont
Aigoaul en dan naar de finish. Ik bedenk dat ik een foto zal maken van het bord
op de top met mijn fiets ervoor. Vorig jaar ben ik met de auto naar de top
gegaan, ik vond het toen toch wel een hele klim. Maar na de Col de Prat Peyrot
(1380m.) gaat het linksaf richting de Col de Perjuret naar een hoogte van
1540m. Eigenlijk wist ik dat wel, we gaan niet echt naar de top van de Mont
Aigoaul. Geen foto. Via de Col de Perjuret naar Meyrueis, de finish.
De teller op mijn fiets geeft aan: Totale afstand: 140.64 km (3 km
meer gereden). Gemiddeld 21.2 km/u. Tijd: 6.35.18.
Zuur verdiend zal Tim later zeggen. Zo voelt het.
terug verslag 2005
|