Maandag 6 juni 2005
Dagverslag van Wilko
Tussen Gieren en Graniet .
Een déjà vu met vorig jaar. Om half 9 s
ochtends staat het pleintje voor het hotel de France vol met fietsers die nog
wat zenuwachtig zitten te prutsen aan hun raspaardje . Ondanks jarenlange
fietservaring wordt voor iedere rit weer de vraag gesteld of 8 bar genoeg is,
of dat er toch maar meer in de banden gepompt moet worden. In gedachten zie ik
op een bankje een renner in een Cycles Goff shirt bezig met wat tandwieltjes.

De renners die wat onzeker zijn over hun klimprestaties vertrekken
al vroeg. Ik twijfel. Hoe goed ben ik? Ik hak de knoop door en fiets even voor
negenen weg. Ik voel me dus niet zo goed. Ik ben traditioneel niet zo goed in
de eerste klim. Alleen die gedachte zorgt er al voor dat dat de waarheid wordt.
Het ene na het andere Batüwü Griek Griek shirt haalt me in . zonder
dat ik zelf heel lang iemand inhaal. Ik voel me beloerd door een aantal gieren.
Langzaam maar zeker krijg ik een bepaald ritme, en voor het eerst
wordt de afstand tussen mijn wiel en het wiel voor me kleiner. Ik kan
aanklampen, en bereik de hoogvlakte. Ik slalom tussen de gaten met grind, in
twee dagen voorpret heb ik al meer lekke banden gehad dan in de voorgaande twee
jaar (3 om 0). Ondertussen stuift het groepje met Tim en Maarten voorbij met
een snelheid waarvan ik alleen kan dromen. Voor Veyreau doemt de rug van
Meindert op, alweer een vertrouwd gezicht. Na een korte groet fiets ik weer
alleen.
In de verte doemt Montpellier le Vieux op. Ik word zenuwachtig. Ik
mag zometeen weer vrijwillig het ravijn in. We zijn ook knettergek. Vorig jaar
kwam ik op de Causse Noir weinig autos tegen, maar uitgerekend in het
ravijn ad ik een ontmoeting met twee bestel Peugeots, 20 centimeters rechts van
mijn voorwiel gaapte een enorme diepte waar ik in gedachten twee keer in val.
Gelukkig bleef de hoeveelheid tegenliggers tot deze keer beperkt tot een
compleet uiteengeslagen peloton fietsers, sommigen al lopend. Beneden behoor ik
ineens tot een trio. Ik moe toch eens van me afzetten dat ik een slechte daler
ben.

Na exact 42 kilometer het zoveelste herkenbare element. Cor heet
een party-tent neergezet vol met wat lekkers. De groep met Tim en Maarten staat
weer op het punt van vertrekken. Twijfel bekruipt me, toch maar de korte route
nemen? In mijn gedachten neemt de Col de Pierre Plantée bijna
astronomische vormen aan. Mijn maat van het laatste het laatste kwartier geeft
de doorslag. Toch maar richting Trèves dus. Ik weet niet wat Cor in zijn
sinaasappels en bananen stopt, maar zoals ieder jaar gaat het na de
ravitaillering stukken beter dan ervoor. Laat de Pierre Plantée maar
komen. Na een lange aanloop denderen we met zijn tweeën door
Trèves. Ik schakel pessimistisch terug naar het kleinste verzet. Te
pessimistisch, want ik kan weer opschakelen. Als in een roes klimmen we naar
boven. Voor mijn gevoel veel makkelijker dan vorig jaar, maar toch hang ik aan
een lang elastiek. Bovenaan worden we beloond, zoals dat op een Causse hoort,
met een nieuwe klim. Gelukkig de laatste. Het vinden van een ritme wordt ineens
weer moeilijk.
Na een laatste aanvulling van de bidons gaan we naar beneden.
Tenminste, dat denken we. Ik fiets nu al drie jaar mee maar vergeet
toch weer die vervelende onderbrekingen in de afdaling van Camprieu naar
Meyrueis. Moe maar voldaan arriveren we ruim op tijd voor een geweldige lunch.
Alweer zon vertrouwde component in de Ronde van Tim Krabbé.
terug verslag 2005
|