|
Tussen gieren en granietRob Jamin, Meyrueis 4 juni '7 Voordat de helden hun stuurtjes in handen konden nemen, sierlijk gebogen als de oortjes van Dan, na de slaap en het ontbijt, de start. De fitste helden staan erbij wanneer de dappersten van start gaan. Spoedig zitten allen op hun strak gesneden zadeltjes, lichter dan de veren van een gier, comfortabel als een granieten rotsblok. Snel klauteren de helden uit het dal naar de vlakte van de Causse. Zoals een ontstemde visverkoopster haar heup opzij beweegt om er een hand op te plaatsen, zo heeft de Causse haar flanken neergezet tegen de oevers van Tarn en Jonte. De dijen worden warm, verbijsterd na lange ritten door de polder. Op de hoogvlakte versnellen de helden, dankbaar voor een lichte daling. Veyreau, Vessac, la Roujarie en Longuiers, God heeft zich uitgeleefd in Frankrijk. Dan plots, bereiken ze de westgrens van de Causse. Het dal van vader Tarn ligt voor hen. In de verte zien ze de staketsels van een wereldwonder, niet het achtste, niet het twaalfde, de tel is zoekgeraakt, de mensheid heeft al zoveel geconstrueerd. Dan geeft men zich over aan de zwaartekracht. Dame Descente en Dame Vitesse sluiten een verbond,
dat slechts tegenwerking ondervindt van vrouwe Haarspeld, een gevreesde Furie, die venijnig haar interventies plaatst. De roodgloeiende remmen van de helden krijgen respijt langs de oever van de Doubrie, eendrachtig werken zij in groepjes tegen de kracht van Aiolos die vandaag
zijn spreekwoordelijke tegenwerking matigt. Dan komt het hoogtepunt van deze dag,
als de helden zich vastklemmen aan hun sierlijke stuurtjes, de edele hoofden buigen en zich concentreren op hun core-business. stoempen en afzien, daar was het om
begonnen. Hun harten juichen terwijl de dijen huilen en de luchtwegen piepen, het grote genieten is begonnen. Ze kijken elkaar grimassend aan, tonen hun knalharde achterband, en stampen voort. De percentages lopen op, de snelheid daalt, de vreugde stijgt als een ongeziene gier.
4 juni 2007,
|