|
DE GODDELIJKE LUNCH“Zijn de sleutels ingeleverd?” hoor ik Rob tegen een groep renners zeggen. Het is 12 juni 2008 en de vijfde etappe in de Ronde van Tim Krabbé is losgebroken. Corniche – Meyrueis. De steeds sneller wordende genieters zijn vroeg van start gegaan om in alle rust de tourcaravan te ontlopen. Samen met Cor rijden we nog eventjes langs Anduze om de nodige voorraden aan te vullen. Na een kleine krachtsinspanning, het inladen van 130 liter water, zetten we onze tocht voort richting de ravitaillering. Onderweg passeren we diverse bezweten renners op het stalen ros. Vooral de steeds jonger lijkende Joop valt op door het hoge tempo waarmee de opeenhoping van rotsen wordt getrotseerd. Na een wirwar van schalkse weggetjes, waarbij er door Cor regelmatig wordt teruggeschakeld naar het lichtste verzet, komen we op een adembenemende (letterlijk voor sommige renners) plek uit. Door de jarenlange ervaring van Cor en de jeugdige onvermoeibaarheid van mezelf staat de ravitaillering in rap tempo als een huis. Omdat de wind behoorlijk in vorm is, lijkt het ons een wijselijk besluit om de parasol een dagje rust te gunnen. Ook onze wandelende sport-encyclopedie Pieter neemt door zadelpijn een dagje rust en overvalt Gerrit tijdens de autorit regelmatig met een spraakwaterval. Nadat Cor en ik tot de conclusie komen dat het aangename zonnetje ons humeur met tal van graden doet stijgen, komen ook de eerste renners binnen. De tweewielers van Peter en Leo passeren als eerste de ravitaillering. De dappere strijders planten hun fiets tegen een eeuwenoude boom en werken hun voedseltekorten bij. “De zware route gaat best, de zwaarte is relatief”, verzekert een goedvoelende Peter ons tijdens het nuttigen van een aantal vitaminerijke producten. Al snel volgen de snelste genieters van deze Ronde. Enkele seconden later wordt duidelijk dat we een aantal kopstukken missen die normaliter niet in deze groep ontbreken. Onder aanvoering van de familie Schouwenaar hebben enkele bekoorlijke renners de steilste klim (per ongeluk??) van de Ronde van Tim Krabbé gemist. In hoog tempo werd een afslag gemist, waarna de Equipe Jan S. zichzelf wegwijs maakt in de Cévennen en zodoende bij de lunch neerdaalt. Auberge du Tarnon: van kreeftjes en haring tot salades en rosbief. In het zonnetje komen harmonisch bijeengeschaarde renners bij elkaar om grootse verhalen met elkaar te delen. Nadat eenieder van de renners een maximaal aantal minuten de maag heeft voorzien van een flinke voedingsimpuls, nemen ook wij afscheid van Peter en Bernadette. Onderweg naar boven zien we verschillende renners hun niveau niet halen. “Wellicht dat ik het tweede appelgebakje beter had kunnen laten staan”, hoor ik ze denken. Met een groot verzet overwinnen wij de natuurlijke verheffingen van de Cévennen en rijden in volle gang naar het Grand Hotel de France. De levensgenieters Joep en Paul komen als eerste over de meet en zijn zeer te spreken over de beelderige etappe. Dat het leven soms ook verderfelijk kan zijn ondervinden ook een aantal dravers. “Ik heb nog nooit zo kapot gezeten”, aldus een energieloze Jan Wiggerman. Als laatste komen de steeds sneller wordende genieters aan. Met een uitstekend humeur door de aimabele dag zetten zij vermoeid, maar voldaan hun voet over de drempel van het hotel. Het zit er weer op voor vandaag. De kudde renners is weer compleet als om 19.00 het eten wordt geserveerd en het geestrijke vocht weer veelvuldig door een aantal renners wordt ingenomen. Cor laat z’n soep en eerste gerecht staan. “Zeker teveel gegeten bij de lunch”, merk ik op, terwijl ik gauw mijn halfvolle bord meegeef aan de serveerster. Erik van Bemmel
|