|
De col d'Uglas, ofwel de tijdrit die er niet kwamIn de week voorafgaand aan 'De Ronde' had ik samen met Wilko de Uglas al verkend en uit zijn verhalen had ik begrepen dat vandaag en vrijdag de belangrijkste dagen van 'De ronde van Tim Krabbé' zouden zijn. Mede door een valpartij de vorige dag, gevolgd door een slechte nachtrust en de wetenschap van wat er zoal na de Uglas nog komen gaat, had ik bij het ontbijt al besloten om het rustig aan te gaan doen. Toen ik echter samen met Wilko bij de voet van de Uglas aankwam en al die gespannen gezichten zag, begon het toch wel te kriebelen... Zou ik dan toch? Maar nee, de ratio voerde de boventoon. Muziekje op. GPS aanzetten. En weggeschoten worden. Een steigerend voorwiel laat zien dat ik totaal geen ervaring met dit soort dingen heb en na goed 300 meter staat er een gemiddelde van 26 km op de teller. Totale waanzin natuurlijk. Snel terugschakelen naar het kleinste molentje en rustig tikkend naar boven. Eindelijk bovengekomen word ik voortgeschreeuwd door een aantal fanatici in identieke shirts en ik kan een kleine glimlach niet onderdrukken. Gekte en liefhebberij ligt toch wel heel erg dicht bij elkaar. Aan de andere kant kan ik ook best begrijpen dat zij enigszins meewarig naar mij kijken, want wie gaat nu in een slakkengangetje deze col op? Nadat alle renners en rensters de top hebben bereikt, hun bidons hebben gevuld en proviand bij zich hebben gestoken wordt er koers gezet richting lunch. Ik merk dat de valpartij van gisteren mij toch wat voorzichtiger heeft gemaakt, want de mooie afdaling van de Uglas naar Le Baum gaat gedeeltelijk met de handrem er op en in vergelijk met vorige week ben ik daar ook een minuutje langzamer. Vervolgens gaat de beklimming prima. Ik kan met een gemiddelde van 15 km/u achter 2 heren blijven hangen, die mij af en toe eens aankijken om uit te vogelen welke zuiger daar in hun wiel zit. De steile bocht voorbij La Croix des Vents wordt goed genomen, maar het groepje van drie spat uiteen en een ieder gaat op zijn eigen tempo naar boven. Door het hete weer krijg ik logischerwijs al snel last van zweet. Merkwaardig genoeg is dat het altijd in mijn linker oog terecht komt, met alle gevolgen van dien. Zeer vervelend. Als er nog iemand is die een goed middeltje kent tegen zweet in de ogen, dan mag hij/zij zich bij mij melden. Zijn/haar tip zal zeer zeker gebruikt gaan worden, want niets is zo vervelend als met dichtgeknepen ogen te moeten rijden. Tijd voor een kort intermezzo. Misschien ook wel tijd voor het toevoegen van een nieuw lemma in het wielerjargon, nl. 'geThijst worden'. Een uitleg. Na de lunch volgt de lange afdaling naar St. Germain alwaar het noodlot opnieuw toeslaat. Gelukkig voor mij dit keer op een recht stukkie. Na nauwelijks een seconde "psss" gehoord te hebben, sta ik met een platte langs de weg, binnensmonds het een en ander verwensende. Wat halfslachtige pogingen om een nieuwe binnenband op de velg te zetten sterven in schoonheid en nadat de bezemwagen mijn achterwiel van een nieuwe buitenband voorziet, kan ik mijn afdaling vervolgen. Hopelijk is dit dan wel meteen de laatste keer dat ik van je diensten gebruik hoef te maken, Pascal! Vlak voordat de bezemwagen arriveert snelt een groepje met Anton, Nico en Mary mij voorbij. Mijn vermoeden dat er nog een klein klimmetje komt wordt door Pascal bevestigd en ik besluit om voor mijn doen nog eens flink vaart te gaan zetten. Alleen die klim duurt maar en duurt maar en ik begin te twijfelen aan het verkleinwoord 'klimmetje'. Naast me zie ik een wit paaltje met een oranje kop en de letters D31. Iets zegt me dat dat niet klopt. Een korte check op de GPS en het raadplegen van de routebeschrijving doen het ergste bevestigen. Verkeerd gereden! Ach ja, dat kan er dan ook nog wel bij is mijn eerste reactie. De laatste 30 kilometer doe ik verwoede pogingen om een groepje bij te halen, maar zonder succes. Ik merk dat ik steeds hoekiger ga rijden en steeds vaker op zoek ga naar versnellingen die nog een beetje lopen. Op de smerig zuigende klim nabij St. Jean gaat het licht dan definitief uit. Vlak voor me snelt een grote (minstens 25 cm. incluis staart) hagedis over de weg. Daar kan ik me dan nog wel over verbazen, want zulke dingen zie je in ons platte landje natuurlijk maar zelden. We zijn net het bord 'Hotel Pardinas 6 minuten' gepasseerd, als ik een fraai staaltje psychologie-van-de-koude-grond krijg voorgeschoteld. Pascal komt naast me rijden en schreeuwt me toe "Kom op, Jan! Nog een kilometertje!" "Ja, ammehoela Pascal" , denk ik bij mezelf "dat geloof je zelf ook", maar ik begrijp dat het vergelijkbaar is met niets anders is dan de mantra die ik mezelf al de laatste 25 kilometer toebijt "Je bent er bijna, je bent er bijna." Nog even terugkerend op wat Meindert gisteren in zijn verhaal vertelde. Een hartslag van 112 haalt een ieder wel, wat hij natuurlijk wilde zeggen is dat de 1-1-2 werd bereikt in volle inspanning. En voor wat betreft de Uglas. Volgend jaar kan ik het weer proberen en dan gaat die slappe tijd van 27 minuten ruim er wel aan. RUIM zelfs. Toch ben ik in goed gezelschap. Nadat 's avonds de uitslag van de tijdrit is voorgelezen, krijg ik de cover van het boek dat Tim over de Uglas heeft geschreven te zien. Op de achterkant staat dat hij de eerste keer de Uglas op ook in 27 deed. Ik ben dus in goed gezelschap!
Jan Wiggerman, 10 juni 2008
|