De Ronde van Tim Krabbé Fiets en Beleving

Tjielp, tjielp, de adelaar kwettert

ofwel mijn impressie van de Ronde van Tim Krabbé 2008.

Gerard Cox zong het al ver voor dat Tim “zijn” ronde in 1977 reed: Je hebt er maandenlang naar uitgekeken…
Uitgekeken had ik, naar het weerzien met de Gorges de la Jonte, naar Carolina en Déborah van het Grand Hotel de France in Meyrueis, naar de eerste helling, naar les vautours des causses en naar de totale belevenis van weer een week fietsen in de Cévennes. Op de eerste fietsdag, na een paar klapwieken op de Causse Noir, wist ik het al: de Adelaar van ’s-Gravenzande vliegt weer deze week. De totale leegte van deze hoogvlakte werd opgevuld door mijn mijmeringen over één week uitsluitend met fietsen en daaruit voortvloeiende zaken bezig te zijn, ver van alledaagse Hollandse beslommeringen.

De klim naar de eerste echte col van de 8-collentocht op maandag had ik het advies van in- en klimleider Thijs overgenomen: gelijk volle bak er tegenaan! Een aantal aanklampers dacht er hetzelfde over maar deze vroege vogels fladderden er gaandeweg de helling van de Col du Perjuret af. Slechts de nummer 10 van het eerste van  IJsselmeervogels hield lang stand hoewel zijn leeftijd drie keer in die van mij paste. Maar bij een demarrage nog voor de top moest hij toch ook passen. Of was het gewoon een assist om mij op de top te laten scoren? Hoe dan ook, Eric,  je was, om in mijn eigen en Dennis-taal te blijven, ‘ein fène gozeâhr’ die er alles aan deed om ons te ‘pleasen’!
Het merkwaardige van die dag was trouwens dat we een col zonder naam beklommen. Dat was nog niet eens de ‘onnozelste col onder de collen’. Nu vind ik een zangeres zonder naam al niks en een zangeres zonder collen zelfs twee keer niks, maar het nemen van een Col Zonder Naam  maakt bij het thuisfront natuurlijk niet echt indruk. Wel indruk maakte de ontvangst, verzorging en entourage (waartoe ik Fabienne gemakshalve reken) van hotel Le Pradinas in Mialet. Na een dag vol pijnbomen en pijnbenen onder de lommer van moerbeibomen bijkomen op een leuk terras gaf ons een beetje het gevoel van God in Frankrijk te zijn. ’s-Ochtends wakker worden bij de reveille van het bescheiden geluid van het boekenweekgeschenk 2009 van Tim  (Tjielp, Tjielp) was vooral voor Dennis  een verademing die gewend was aan zeer vroege luidruchtige werkzaamheden aan de Callandbrug. In ieder geval geen reden om een klacht bij de directie in te dienen want die er deed er alles aan om het ons naar de zin te maken.

Volledig ontstresst konden wij daardoor weggevingerd en weggeduwd worden door het zorgteam van de stichting, het onvolprezen duo Cor en Rob, voor de jaarlijkse klimtijdrit op de Col d’Uglas waar diep gegaan moest worden om hoog te eindigen.  Prachtig was het om te zien hoe Thijs in de winnaarstijd van 14.59  de berg op snelde en ook aandoenlijk om te zien hoe snel hij op vele andere cols dan weer terug afdaalde om zijn eigen Annelies aan te hanen.

De dag van mijn twee lekke banden  en een door Gerrit ingehuurde schaapskudde midden op de weg in één en dezelfde afdaling zal mij lang bij blijven. En dat terwijl ik zo lekker klom en in mijn gele Batavustrui door Pascal vergeleken werd met een zichzelf verplaatsende bloeiende bremstruik. Door alle voorvallen wat achterop geraakt zag ik nabij St Jean du Gard gelukkig nog net de chinees van Thijs langs de weg staan als markeringspaal. Of was het Rob v.d.Luit die met een yin-yang glimlach probeerde nog vlak voor mijn doorkomst een dit jaar sterk verbeterde rondepijl weg te halen?

De wijntouretappe als tussengerecht in een 6-gangen fietsweek was een uitstekende trouvaille van de smaakmakers van de organisatie. De vele wijnakkers liepen ons al uren als bidonwater in de mond toen de fata morgana van Gerrit met chapeau de fenaison temidden van een complete wijnproeverij opdoemde! De avond ervoor in de dagelijkse Gerrit-routeshow uitbundig geprezen bronzen Merlot 2006 kon hier door de liefhebbers (doorgaans niet de snelle jongens) in een volledig harmoniërende omgeving persoonlijk worden gekeurd. Mogelijk kan de organisatie deze route volgend jaar in omgekeerde richting laten verrijden met behoud van deze, en dan verplichte, wijnlocatie. Zeker weten dat Thijs, Tim en de Friese tandem mij er dan niet afrijden. 

De groep genieters bestond trouwens uit een brede landelijke vertegenwoordiging, van Noord-Holland (Anton; verliefd op zijn, een vermogen kostende, fiets met vermogenmeting) en Zeeland (Nico; ik worstel en kom altijd weer vrolijk boven), tot de Achterhoek (Mary; het gestroomlijnde daalwonder van Montferland) en Brabant (Pieter; fietsende wielerencyclopedie en aan tafel het luidruchtige Pieter B.-centrum) waarbij het Westland (Joop; oude Westlandse stoomtrein) met veel genoegen mocht aansluiten.

De laatste dag, het moet een foutje van de kalender zijn geweest dat die dag  vrijdag de dertiende aangaf, was de meest gelukzalige vol hoogtepunten. Niet in het minst natuurlijk de beklimming in het design shirt van De Renner van de altijd tot aan de top onzichtbare Mont Aigoual en de daarop volgende bevrijdende laatste langdurige afdaling die de door aan mijzelf toegekende prijs van de minst strijdlustige afdaler van de week nog even op het spel zette. Het diner, de hartroerende woorden van Pascal, de vertellingen van Tim en het voor alle deelnemers beschikbaar stellen van de liefde voor  ‘Pasgeboren Girafje’ in Marte Jacobs, de Col d’Uglas diploma’s en als uitgebreid nagerecht de groot geschermde EK-voetbalwedstrijd  Nederland-Frankrijk in kleuren uit de vorige eeuw, alles werd een hoogtepunt. Natuurlijk waren wij voor Holland en dat oranjegevoel konden wij bevredigen door vier keer uitzinnig te juichen daar waar de fransen, die al snel uit de zaal weg waren, slechts éénmaal tot lichte stemverheffing kwamen.  Toch hadden wij medelijden met Les Bleus en het was goed dat op een van de eerdere avonden Joep uit volle borst staande La Marseillaise had gezongen op de tonen van een locale accordeon.

Na die eclatante overwinning lag het voor mij en mijn reispartner Marco voor de hand dat de finale van deze dag en deze week zich zou af spelen in de plaatselijke horeca etablissementen. Sport verbroederd en drank verbroederd nog veel meer. Het werd een gedenkwaardige avond voorzover drank doorgaans het denken niet vertroebeld en langzaam verkleurde het sprankelende oranje naar Frans- en flink blauw. De volgende ochtend werd ons bij het ontwaken duidelijk dat wij Grand Hotel de France moeten hebben teruggevonden. Teruggebracht door een pelotonnetje mademoiselles die mij een nacht bezorgd hadden waarvan  Kathy’s dochter en Marte Jacobs slechts hadden kunnen dromen. Immers, als je een week met de schrijver Tim Krabbé optrekt weet je dat fictie werkelijkheid kan worden en dat je als schrijver aan de werkelijkheid fictie toe mag voegen of zaken mag weg laten als dat het verhaal sterker maakt. “Een schrijver is geen knecht van de werkelijkheid maar de baas van het verhaal” ( M*blz. 152). In deze gelukzalige wetenschap vertrokken wij die ochtend als dode vogeltjes; zelfs geen tjielp, tjielp kwam er meer uit onze schor geschreeuwde bekjes. Bij het verlaten van de Gorges de la Jonte neuriede ik, terwijl mijn reisgenoot wanhopig zijn cd  van Amy Winehouse zocht, het tot ons gekomen, melancholische chanson van Jeannot Poncet:
Je suis parti de ma Lozère, pour aller  combler ma femme,
comme beaucoup de mes velo-frères, je suis monté vers Rotterdam!

Vele uren later reden wij mijn straat in. Kennelijk om mijn thuiskomst na een geweldige fietsweek en wederom een fantastische belevenis te vieren was het huis en de carport met vlag en vlaggetjes versierd. Dat mijn dochter in die week geslaagd was en dat de kleur van de vlaggetjes toevallig oranje was verdrong ik moedwillig naar de achtergrond. De adelaar had een week mogen vliegen, ik had er lang naar uitgekeken en het thuisfront zag kennelijk naar mij uit.

’s-Gravenzande, 19 juni 2008
Joop Raaphorst

PS. Dank voor alles aan ‘Fiets & Beleving’ en in het bijzonder dank voor de toezegging van Pascal dat ik bij de 10e en dus jubileumronde in 2012 speciaal zal worden uitgenodigd. Er zal dan voor mij een officiële 70+ klasse in de tijdrit zijn terwijl Tim dan nog maar pas 69 is!