Letterlijk en figuurlijk in de wolken
Een man in Haribo-shirt riep ”Klimmen is nu fietsen in een witte wolk met rode stippen”
Het was maandagmorgen, de 8e juni, de tweede dag van de 7e Ronde van Tim Krabbé. Die ochtend dacht ik, ik voel me goed, ik kan die 130 km en 2000+ HM aan (dag ervoor was het maar zo zo). Had al uit het raam gekeken, het was droog, geen zon en niet echt een Cévennen temperatuur leek het zo. Zoveel mogelijk van het mij zo geh.., nee ik zal het netjes zeggen, minder geliefde harde Franse brood naar binnen gewerkt. Goed toch dat de organisatie ook van muesli heeft meegenomen uit Nederland.
De kontzakken van mijn gele Tim Krabbé shirt volgepropt met eten, een met Camelbag vol water rees ik af. Eerst 5 km klimmen naar Le Bout de Côte, ik had me er op ingesteld, dus ging best. Van tijd tot tijd werd ik ingehaald door een medefiets(t)er. Altijd is er een gezellig woordje over en weer. Tim zegt vaak: Mooi shirt. Col de Faubel werd gerond. De wereld leek wel al kleiner te worden. Het zicht minder en minder. Een man in Haribo-shirt riep ”Klimmen is nu fietsen in een witte wolk met rode stippen”. De temperatuur daalde en het zou wel loslopen met het weer…. Ik deed mijn knipperachterlicht aan. Op de Col de la Lusette zag ik in ieder geval mijn voorwiel nog, maar het was een geluk dat er een witte band rechts langs de weg liep, daar had je nog wat steun aan. Het was zo mistig dat ik het collenbordje (waar ik steevast een foto van maak) niet heb gezien. Merde. De hele 5 km afdaling met toegeknepen remmen gereden, met een gangetje van ca. 8 km per uur. Enkele jonge lieden met 'mistogen', stoven wel met 15 km naar beneden. Enkele waren gekleed op de voorspelde 20 C. Blote armen. Bbbrrr.
Op een gegeven moment hoorde ik de stem van Pascal in de verte. Ik denk. We zijn bijna bij de ravitaillering . Daar even lekker gezeten, veel gegeten, een droog jack aan en gaan met die banaan. Ik was de hekkensluiter.
Inmiddels was de mist minder, we reden lager, dus is dat ook logisch. Gerrit die twee kleine nieuwe colletjes Col des Veilles en de Col de Peyriche, dat zijn nu de krenten in de pap, wat was het daar mooi, authentiek en rustig. De uien (achteraf zei men dat het knoflook was, ik ben een (eigenwijze) Westfriesche tuinderszoon, en ik vond het uien) stonden er mooi bij. Tussen de Col de Cabones en de Col de Triballe kwam de Wüst-trein langsdenderen. Die hadden een pijl gemist. De grondonderzoekers reden me vlak voor de rust ook achterop, die hadden ook een extra sightseeing gedaan. Het is hun feestje, van mij mogen ze.
De nieuwe lunchplek was bijzonder geslaagd, die houden ze er wel een paar jaartjes in, dunkt me zo. Met een volle buik ging ik weer blijgehelmd op pad. Er zat nog een nieuwe col, de Col du Lac in. Dat was een sluipmoordenaar. Je dacht dat je de top had, daalde, en na 500 meter, ging je weer flink omhoog, en zo ging het maar door. Bij dertien (overdreven hoor) ben ik opgehouden te tellen. Ieder keer riep Pascal nog effies. Niet klagen (ondanks de buitjes), het was een mooie klim, en wat ging het toch makkelijk vandaag, wat heb ik weer een mooie dag. Ik zat in de bekende FLOW.
In een volgend stadje hadden ze kennelijk wat pijlen weggehaald, het werd lastig zoeken, maar Pascal zag me zoeken, stuurde me de goede kant op, hem al mopperend achterlaten, waarom pikken ze toch onze pijlen? Er waren meer dwaalders, we noemen geen namen …. (die mannen kunnen geen genoeg krijgen van de extra – gratui - ommetjes) reden mij achterop op de Col de l’Aubret (was ook weer nieuw en nummer 158 in mijn collen-verzameling. 5 nieuwe collen op een dag, prachtig).
De eerlijkheid biedt mij te zeggen, dat ik de laatste 25 vlakke km Pascal in de auto gezelschap heb gehouden, maar heb wel mooi 2000 hm op de teller en ik voel me nog goed, alleen flinke trek (maar daar was wat aan te doen).
In het hotel had ik ook nog een probleempje. Ik had chambre deux (2). Ik zag alle kamers met een nummer onder de 10, maar geen 2. Nog een advocaat geconsulteerd om mee te helpen zoeken. Hij vond de kamer ook niet, maar vond het nog te vroeg voor een kort geding. Op naar Lititia, de eigenaresse. Kamer nummer 2 bleek verstopt achter een deur met opschrift Verboden toegang of iets dergelijks. Franse logica?
Des avonds lekker gegeten. Na het eten direct naar bed, ik was er aan toe. Lekker gedroomd, het was 35 graden Celsius op de Col de la Lusette, ik zweette me rot.
Resumé: Ik was vandaag letterlijk en figuurlijk in de wolken.
Reageren? En meer over Meindert:
http://meindertbrugman.web-log.nl/meindertbrugman/2009/11/letterlijk-en-f.html