|
Col d’Uglaseen wijd verbreid en tevens onuitroeibaar misverstand! De overtuiging dat Tim Krabbé op die bewuste middag in 1971, zittend in de berm van zijn later zo geliefde bergje, zelf besloot wielrenner te willen worden berust helaas op een wijd verbreid en tevens onuitroeibaar misverstand! De anekdote over de bekering van Tim tot praktiserend liefhebber van de wielersport zegt letterlijk: “…De handen op het stuur, sterk en rustig; alles wat je in de stilstaande, gonzende hitte hoorde was het grind onder zijn wieltjes en het enige wat hij achterliet was de plotselinge, verpletterende zekerheid dat ik ook wielrenner zou worden”. Welnu, deze zin nog eens goed tot je laten doordringen laat je geen andere conclusie dan deze: het was niet Tim die een keuze maakte, welnee, hij is hier het lijdend voorwerp: hij werd verpletterd door het idee, dat hem van buitenaf werd ingegeven! Het hele decor waarin Tim zich die middag bevond was het zorgvuldig geënsceneerde resultaat van eeuwen van doelbewuste voorbereiding! Zoals zo vaak in het leven zijn wij mensen eerder een speelbal van omstandigheden, door het lot samengebald tot een eenheid van plaats en tijd, die je ertoe drijven zogenaamd uit eigen vrije wil je leven een wending te geven. De verzengend hete middag op de col d’Uglas met Tim en de rode renner is een schoolvoorbeeld van bewuste speling van het lot. Laat mij enkele ijzersterke argumenten noemen die zelfs de meest fanatieke tegenstanders van het idee van lotsbeschikking zullen overtuigen: Tim zat in een omgeving, die weinigen niet met een gelukzalig gevoel zal vervullen en die je toeroept: “het leven is hier goed, het klimaat is aangenaam, de lucht is zwaar van heerlijke geuren en de bergen zijn onbeschrijfelijk mooi”. Verplaats deze scène eens naar een willekeurige, “vergelijkbare” omgeving in, pak hem beet, midden Duitsland. Hierbij zal iedereen onmiddellijk uitroepen “hoe kun je die twee in godsnaam met elkaar vergelijken?”. Dat kan natuurlijk ook helemaal niet! No way dat Tim dáár ooit de behoefte zou hebben gevoeld te moeten gaan wielrennen! De rode renner was hem waarschijnlijk in het onsmakelijk felgeel van een onaangenaam wapperend regenjackje voorbij gefietst! Hoe kwam Tim in de berm van de Uglas terecht? Door mee te gaan met een vriendin, die, naar niet veel later bleek, slechts een wegwerpvehikel bleek te zijn geweest om hem juist op die dag in die berm te doen belanden! En dan de col zelf, niet te steil: had Tim langs de col du Galibier gezeten, dan had de voorbijrijdende renner eerder de gedachte “jij liever dan ik” opgeroepen dan de eerder genoemde zekerheid uitgestraald. Waarschijnlijk was de renner, afzichtelijke grimassen trekkend, staand op de pedalen voorbij geharkt. Was de Uglas echter minder steil geweest, dan had de renner nooit dat onaantastbare aureool van wielrenner bezeten dat Tim juist zo trof: hij was hem veel te snel gepasseerd, de grote molen ronddraaiend, gespeend van elke klimmersheroïek. De col was niet te lang en niet te kort: precies goed om de ongetwijfeld met beperkt talent gezegende rode renner het air van een klimvedette te kunnen laten uitstralen. Er is nagenoeg geen verkeer: juist het geluid van knerpende steentjes heeft onmiskenbaar bijgedragen aan Tim’s besluitvorming, hoe anders was de sfeer geweest als juist bij het passeren van de renner een auto langs was komen scheuren! Ook was het niet voor niets dat deze renner een effen rood wielershirt droeg: weinig kleuren contrasteren zo mooi met het alomtegenwoordige groen van de omgeving. Niet onvermeld mag blijven dat het shirt geen storende reclame-uitingen bevatte. Het volgende gegeven moet ook zeker tot nadenken stemmen: de col d’Uglas voert van nergens naar nergens! De afwezigheid van een verkeerstechnische noodzaak om deze weg aan te leggen leidt onontkoombaar tot de conclusie dat deze weg ooit is aangelegd, nota bene in de wetenschap dat zij nog eeuwen ongeasfalteerd, dus ongeschikt voor wielrennen zou zijn, met dit ene doel: Tim aan het wielrennen te krijgen. En waarom nou juist Tim? Wel, het was uiterst noodzakelijk dat het iemand moest zijn die zijn belevenissen wereldkundig zou kunnen maken: wie was meer geschikt dan diegene, die er een boek als “De Renner” over zou kunnen schrijven? Waar waren wij allen geweest in de week van 6 tot 13 juni 2009 zonder dat er een “De Renner” had bestaan? Ik wil daar liever niet over nadenken. “De Renner” was derhalve het instrument dat vele jaren later de inspiratie zou vormen tot het organiseren van de perfecte fietsvakantie, waarin heden ten dage zo velen onder ons zich even een echte wielrenner mogen voelen. En dat is, in mijn, ook weer van buitenaf ingegeven overtuiging, het grote, heilige doel achter het wielrennen van Tim Krabbé en de raison d’être van de col der cols: le Col d’Uglas Alt. 539 m. En met deze gedachte voel ik mij verplicht dankbaarheid te tonen voor het mogen genieten van zo’n fijne week fietsen: laat dit stukje daarvan het tastbare bewijs zijn. Michiel Visser
|