De Ronde van Tim Krabbé Fiets en Beleving

Over het vrouwelijk zitvlak en andere dingen die je niet wilt weten.

Dinsdag:
Triathlete Ada van Zwieten had nog jaren veterane kampioen van Nederland kunnen zijn, ware het niet, dat ze begin jaren negentig met pensioen ging. In de krant las ik dat ze leed aan “verkleving van het zitvlak”. Dit bemoeilijkte het fietsen, wat ik mij wel in kon denken. Een concrete voorstelling van het probleem heb ik niet, maar dat vrouwen, evenals mannen, niet altijd lekker op het zadel zitten is zeker. Wat Peter Winnen een ordinaire “fiets vulva” noemt, wordt door een arts nauwkeuriger omschreven als “asymmetrie in de labia”.
Na jaren ongemak heb ik eindelijk een lekker zadel gevonden: de prolink van Selle Italia. Helaas ben ik aan ijdelheid ten onder gegaan (ook het feit dat mijn partner een regelmatige bezoeker is van de weight weenie website helpt niet): op mijn nieuwe Look zit een specialized Toupe á 150gr. Een lokaal rondje fietsen gaat nog wel, maar een beetje blij kijken na 5 uur door de Cèvennen fietsen is een ander verhaal. Het maakt niet uit of je pijn hebt aan je benen of ergens anders, het is afzien geblazen. Maar als de dag om is, is het toch weer mooi geweest. Ik heb mooie klimmetjes (ook cols!) beklommen. En het wiel van P geprobeerd te houden in de afdaling. Wat niet helemaal lukte. En T. in die afdaling ingehaald, wat wel lukte.(*) Maar ook twee keer alvast (te vroeg) gelost, omdat ik dacht dat er een klim aankwam. Ik word zeker sterker van zo’n dag. Maar of ik er morgen al wat aan heb, betwijfel ik.

(*) T. bleek in de eerste helft van de afdaling gehinderd te zijn door een auto. Wij hadden zeker minder last van twee in blauw gehulde projectielen met de ogen op de rug.

Woensdag:
Col d’Uglas

Voor mijzelf heb ik 20.57 min. ingevuld. T. vindt dat ik maximaal 20.35 mag rijden. De Renner start achter mij, dus zal mij zeker inhalen onderweg. Ik kan mij niet herinneren dat ik ooit 20 minuten maximaal heb moeten presteren.
Ik hijg als een (ex) roker. Tijdens de verkenning reed ik 24 +. De eerste twee bochten ben ik alvast niet ingehaald. Na 7 minuten hoor ik, naast mijn eigen gehijg, achter mij gekreun. De Renner klinkt erger dan ik. Waarom is dit leuk? Waarom vindt T. het leuk ons allen zijn berg op te jagen?
Ik wordt gepasseerd, boots drie trappen snelheid na, maar ik ga eigenlijk al maximaal. We komen door het dorp. De afstand tot de Renner blijft gelijk. Rust hij een beetje? Als ik 10 harde trappen doe zit ik misschien weer even in zijn wiel. Maar mijn eindtijd is mij liever dan het nalaten van een niet te schatten indruk. De streep is inderdaad iets verder dan gedacht, ik kan alleen over het stuur klappen en uithijgen. Ik heb precies 20.35 gereden (*)
De anderen zijn tevreden of minder tevreden. P. heeft mij net geklopt. A. oogt tevreden. Ja. heeft zichzelf onderschat en rijdt zelf harder dan zijn geschatte tijd voor de snelste man. M. stelt vast dat hij niet voor het zware afzien is gemaakt. Jo. ziet er het slechtst uit na passeren van de streep, misschien heeft hij wel gewonnen. M. haalt vlak voor de streep nog 5 mensen in en verplettert het oude vrouwenrecord. Nu nog een rondje uitrijden.

(*) volgens officiële tijdmeting 20.22 min.

Donderdag:
Verplaatsing.

Volgens de pols-test die J. ’s ochtends doet, wordt het een keer tijd dat hij gaat trainen. Hij drukt zich nog steeds, of de test klopt niet.

Ik heb vandaag gegeten:
Cruesli met volle kwark en joghurt, 3 plakken cake, 2 muesli repen, 1 born reep, banaan, powergel, zoute haring met brood, quiche met vis en spinazie, 1 luikse wafel (niet tegen P. zeggen), 2 Leffe, soep, (veel) brood, wijn, halve kaassouffle, boontjes met brood en wijn, 2 crackers, twee koekjes, sportdrank en koffie.
5 uur gefietst.

Zondag (2001):
Ronde van de Mt Aigoual.

Gisteren ben ik aangekomen op de camping in Rozier. De tocht van Nice naar Montpellier over de bakplaat van Frankrijk was warm: de verwarming van mijn 2 CV staat continu aan. De berg af naar Millau stond helemaal vast met auto’s wegens een ongeluk. Ik weet nog niets over de toekomstige brug, maar vind het al een goed idee. Ik heb geen zin meer te rijden, dus mijn ronde begint hier. Mooi, dan is de laatste 20 km morgen afdalen langs de Jonte. Jan heeft cursus en is er niet bij. Hij is wel twee dagen naar Nice gekomen om de route voor de triathlon te verkennen. Die gaan wij in september doen, nadat twee vliegtuigen in het WTC zijn gevlogen.  Hij heeft TBC, maar weet het nog niet, dus fietst lekker.
Ik sta om 5:30 op en zit om 6 uur op de fiets, richting les Vignes. Het mooiste moment van de dag is als ik daar boven kom. Overal staan bloemen en de ochtend-dauw glinstert in de zon. De hoogvlakte valt tegen. Het waait. Het wordt warm. Nergens staat Cor met water. In Meyrueis kan ik bij de bron bijtanken. De rest van de tocht is prachtig, maar na Camprieu begint de dorst. Nergens een beekje, nergens een winkeltje. Ik ben vergeten, dat na de klim het niet alleen nog maar dalen is. Salvinsac. Zelfs vieze wijn uit een zak wil ik drinken.
In Meyrueis is het gezellig. Mensen op de terassen. Ik zit wel een half uur in de schaduw en drink. Mijn voeten zijn dik. Ik trek mijn schoenen uit, klik ze op de pedalen. Ik gebruik ze als grote pedalen om blootsvoets af te dalen. Het is 38 graden en dat ben ik ook, dus de wind brengt geen verkoeling. In Rozier trek ik twee blikken Aquarius uit een automaat. Koud.
Ik ga in de Tarn zitten en drink ze op.

“Wel raar, met Tim Krabbé op vakantie”
“Je moet gewoon niet met hem praten, dan blijft de mythe bestaan”

Het verhaal is alleen maar langer geworden.

Tandarts, Piloot, Belastingadviseur, Cardioloog,  Lymfedrainage Therapeut, Transport Planner, Vriend, Vader, Zoon, Fysiotherapeut, Triathleet, Schaatser, Ruimtelijk Planner, Schrijver, Minnaar, Tapijt Handelaar, Talent, Wielrenner.
Figuranten in de Ronde van Tim Krabbé.

 

terug verslag 2006