Ronde van Tim Krabbé 2004
Meyrueis, Lozere 7 juni 2004
Warm, onbewolkt. Ik kijk uit over het zwembad en krijg een glas rosé
aangeboden. Er staan renners om me heen. Glimlachen, groeten. Er zijn
onbekenden bij. Klasse? Krukken? In elk geval Gerrit. Hij wijst er alles mee
aan. Zwaait er in zijn enthousiasme mee rond. Ik moet oppassen dat hij me niet
raakt. Ik schud zijn hand en word onderbroken door de luidsprekerstem van
Pascal. Hij legt ons renners uit dat de ronde van Tim Krabbé een
buitengewoon mooie, verzorgde en zeer gewaardeerde tocht is. Een schril piepend
geluid kondigt aan dat Cor is gearrriveerd met de fietsen. Ik haal opgelucht
adem. De tocht kan beginnen.
Meyrueis, Lozere 8 juni 2004
Warm onbewolkt. Rob is de eerste renner voor het ontbijt.
In
vorm?
Prima geslapen!
Negen uur. We zijn vertrokken.
Ik heb een jaar naar deze tocht toegeleefd.
Kilometer 0-42
Na een paar honderd meter rechtsaf.
Meteen klimmen. Koude start zon eerste beklimming van de dag. Na een
kilometer of vijf weer wat vlakkere stukken. Ik kijk om me heen. Graniet en
groen. Ver boven me cirkelt een vogel alsof ie naar me kijkt. Een gier. Op
ongeveer twintig kilometer begint de afdaling. Losse keien, oppassen. Die
renner voor me schiet niet op. Ik ga er langs maar houd de bocht maar net. Op
eenendertig kilometer rijden we La Roque binnen. Er staat een frans vrouwtje
naast de weg. Ik hoor haar voordat ik haar zie. Ze staat te schelden op iedere
renner die voorbij komt. Ik vat het niet persoonlijk op. Op tweeenveertig
kilometer de kuising waar ik kan kiezen voor de lange of de korte weg terug.
Eerst de ravitaillering. Bidon bijvullen, banaantje, stukje sinaasappel.
Kilometer 43-100
Weer een klim. Ik ben kapot als ik
boven kom. De bergwand loopt door, weer stijl omhoog. Dit kan alleen vanuit een
auto bedacht zijn. Vast vorig jaar rond deze tijd. Na 68 kilometer ben ik echt
boven. Op een paar stukjes vals plat na alleen maar dalen en genieten van het
uitzicht. Ik ga op het terras zitten. Vanmiddag naar de grot van Dargilan, het
zwembad of een rondje door het dorp. Ik bekijk la météo voor morgen. Goed fietsweer.
naar boven
Meyrueis, Lozere 9 juni 2004
Warm, onbewolkt. Op het terras van Grand Hotel de France zit een
renner in een lichtblauwe trui waar CYCLES GOFF op staat. Hij bijt op een
houtje. Er zijn 12 cols vandaag. Hij kijkt ontspannen, alsof ie het parkoers
heeft verkend.
Kilometer 101-179
Weer een koude start. Wielrennen is
vervelend. Ik herinner me ineens dat ik dat gisterochtend ook al vond. Waarom
doe ik het dan? Waarom beklim ik die berg? Een levensgrote marmot laat me weten
dat de eerste klim erop zit.
Ik begin aan een schitterende afdaling. Hij is
geel en heeft een naam: La Grand Draille de Languedoc, de grote
schapenroute.
Na de Col de la Lusette zijn de cols lager maar zeker niet
minder zwaar. Onderweg word ik gepasseerd door andere renners. Door Time Out,
al zijn ze meer dan drie kwartier achter mij gestart. Ik begin uit te kijken
naar de man met de hamer, misschien wil ie me uit humanitaire overwegingen een
klap geven.
Lunch.
Net op tijd. Ik stap van mijn fiets. Nee, niet nog een stuk
omhoog. Ik wil alleen maar zitten en eten. Ik ben op de goede plek. John heeft
een keuken op deze berg gezet om mij over te halen verder te fietsen.
Kilometer 180-220
Herboren opgestapt. Allez, allez! Ik
ben weer op weg. Een vogel vliegt vlak over Hans heen. Ze raken elkaar net
niet. Het beest kwam uit een gat in de bergwand waar we voorbij razen. Weer die
gier van gisteren? Op zoek naar een prooi?
Ver voor me wordt een slang
aangereden. Hij kronkelt als de weg die ik zojuist heb afgelegd. Ik kijk hem
recht in de ogen. Het is hij of ik. Als hij zijn staart tussen mijn spaken
steekt houdt het voor mij hier op. Mijn voorwiel drukt hem plak tegen de weg.
Hij stopt met kronkelen. Ik kan de tocht vervolgen.
Het is een levendig stuk
asfalt. Een wild zwijn met wat jongen kruisen mijn pad. Dit keer wel voldoende
afstand.
Na een duik in het zwembad voel ik me voor de tweede keer vandaag
herboren. Terwijl ik opdroog in de zon blader ik door de Midi Libre.
Alleen regen in de bergen zoals de voorspelling van gisteren. Volgens tekening
alleen in de Pyreneeen.
Lekker fietsweer.
naar boven
Anduze, 10 juni 2004
Warm,
onbewolkt. De sfeer is duidelijk anders dan gisteren. Een groet, een knikje,
maar geen uitgebreid verslag over de nachtrust. De belangen die op het spel
staan zijn groot. Ik krijg een rugnummer, vandaag ben ik 24.
Kilometer 220-236
Een lauwe start. Vals plat
afgewisseld met korte geleidelijke hellinkjes. Het veld is verdeeld in drie
peletons. Wij liggen op kop. Dit peleton is rustig. Ik demarreer, ik doe dat
altijd in de eerste kilometers om het mechanisme een beetje op gang te brengen.
Drie wegwerkers laten de weg voor wat hij is om voor ons te klappen. Allez, les
Hollandais!
Kilometer 237-320
Daar staat ie, de wijzer naar Col
dUglas. Het is precies kwart voor tien. Meindert bijt de spits af. De
tijdrit is begonnen.
Ik cirkel wat. Blijf bewegen. Nummer 23 start om zijn
tijd van vorig jaar drastisch te verbeteren. Nog één minuut. Ik
rijd naar het kruis. Plaats mijn wiel precies in het midden. Ik kijk op mijn
stuur naar mijn hartslag. Nog dertig seconden. De meter schiet
omhoog. Zenuwen. Cycles Goff pakt mijn zadel en ik klik mijn linkerschoen in
het pedaal. Cor telt af. Vijf, vier, drie, twee, één en
weg. Ik start het klokje en zet mijn hele gewicht op de pedalen. Dit is
de eerste keer tijdens de tocht dat ik echt alleen ben. Geen ruggen, geen
polsen, alleen bomen en het alles overstemmende gedreun van mijn hart. Het
lijkt volstrekt onmogelijk de 14.56 te kloppen. Maar deze renner heeft al
eerder voor onmogelijke verassingen gezorgd.
Toch nog plotseling een open stuk met een groep renners die naar
me staren. Een nieuwe stoot adrenaline door mijn lichaam. Hier is het al. Ik ga
een scherpe tijd neerzetten. Geschreeuw van de renners langs de kant slaat me
tegemoet. Dan wordt het weer stil in me. Ik heb nog over. Ik had nog sneller
kunnen zijn.
Aan het zwembad worden de helden van vandaag geëerd. Harry
heeft het langst geleden. Robert is de 3e amateur, de eerste beker
van vandaag is voor hem. Mart was op een haar na de snelste amateur. Die prijs
wordt door Dolf in ontvangst genomen. De wisselbeker van de Ronde van Tim
Krabbé wisselt niet van eigenaar. Hij is voor Bert Jan.
De Midi Libre belooft me morgen prima fietsweer en Pascal
een extra waterpunt.
naar boven
Anduze, 11 juni 2004
Warm licht bewolkt. Werd wakker met waanbeeld: een grote glimmende
beker voor de beste amateur op mijn nachtkastje. Ik bekijk de finishlijst nog
eens en verdrijf daarmee een hardnekkig sprankje hoop.
Kilometer 321-388 We keren vandaag terug naar de start in
Meyrueis. Opnieuw door het Nationale Park de Cévennen, het laat zich van
een andere kant zien. Op de col de L'Exil tref ik de man die me aanspreekt in
het Nederlands. Hij fietst vast ook maar heeft zeker goed geboerd. Hij heeft
net als Armstrong een rustige plek in een mooie omgeving. Ook ik zou de
Cévennen boven Texas verkiezen als mijn trainingschema's in de Haagse
puinduinen niet nog beter tot z'n recht zouden komen. Ik slik de voor de hand
liggende vraag of hij een keer een pilsje wil komen drinken in en stap op.
Pompidou op negendertig kilometer brengt aangename verassingen: water, voeding,
sinaasappelpartjes en een verbetering op de tijd voor de beklimming van de
Ventoux.
Na 388 kilometer een lunch bij een Belgisch echtpaar. Het is
moeilijk geen overvloedige ballast mee te nemen. Ik wil alles proeven maar ik
wil ook die berg op.
Kilometer 389-425 Langs de weg klaprozen en
honderdmeterpaaltjes. Veel klaprozen en weinig honderdmeterpaaltjes. Alles is
daar: hoogte, helder water, grillige rotsen. "De renners hadden geen tijd het
schitterende landschap te bezichtigen." Aangekomen in Grand Hotel de France
voelt het een beetje als thuiskomen. Ik vind niemand bij de receptie, pak de
sleutel van het rekje en loop door. Jan en Diederik pijlen de tocht uit waar
alles om begonnen is. De literaire verkenning die in de trein naar Montpellier
heeft plaatgevonden wordt aangevuld met beeldmateriaal. De Midi Libre heeft
vandaag meer vragen dan antwoorden maar belt voor morgen bewolking.
naar boven
Meyrueis, Lozere. 12 juni 2004.
Warm, bewolkt weer. Ik pak mijn spullen en haal mijn fiets uit het
hok. Vanaf terrasjes kijken toeristen en inwoners toe. Niet-wielrenners. De
leegheid van hun levens schokt me. Ik kijk in de richting van de Mont Aigoual,
naar de donkere lucht. Dus hier ga ik op kop. Bocht. Bocht. Pfwáff.
Eerst nog even een foto.
Kilometer 426-463
Na de start vormen zich verschillende
groepjes in het peloton. In de afgelopen vier dagen hebben we elkaar gevonden.
Ik eet voortdurend met andere renners maar op de fiets trek ik toch het meest
met deze twee op.
Ineens een harde knal, zonder geratel. Dat was geen band.
Het is het zadel van Maarten. Dat ligt ernaast. Zonder zadel klimmen is voor
hem geen probleem maar gelukkig kan zijn fiets gerepareerd worden bij de
ravitaillering.
Er zijn drie nieuwelingen in het peloton. Ze noemen zich
knechtjes van Cycles Goff. Als is ze zo bekijk vraag ik me af of hij veel aan
ze zal hebben. Ze kunnen misschien handig zijn om de course te controleren maar
alleen in de achterhoede. Ze hebben aardig materiaal: Italiaans. Ik ben blij
met mijn Gazelle. De knechtjes trekken er hun neus voor op maar mijn vader
kocht ooit mijn huidige fiets. Ik ben ook niet de enige. Die van Bart is zelfs
nog van zijn opa geweest. Lekker makkelijk in het onderhoud, dat overal maar
zeker in de bergen van levensbelang is. Een ongeluk zit in een klein bochtje.
Om wat voor reden dan ook kan je achterwiel blokkeren en rol je over het warme
asfalt. Je kunt niet alles voorkomen. Soms, als je daar de tijd voor hebt, kun
je alleen maar hopen en bidden dat het goed gaat.
Plaatsnaambord CAMPRIEU. Ravitaillering. Als ik afstap zie ik dat
van verschillende renners de voeten gewassen worden. Ineens voelen die van mij
ook heel heet en heel vies aan.
Col de Pra Peirot. Ineens een gebouw naast de weg. Dit is het
eindstation van de skiliften. Dan het bos uit de laatste kale hellingen van de
Mont Aigoual. Bij de afslag naar de top heb ik het hoogste punt bereikt. Een
koele wind waait tegen mijn wangen precies zoals hij hier honderdduizend
jaar geleden al was, het decor van mijn overwinning.
In Grand hotel de France trek ik mijn rennerskleren uit. Ik neem
een douche, droog me af en trek mijn gewone kleren aan en voeg me bij Jos op
het terras. Jos zit daar al een tijd. Hij zat er als eerste. Hij was al
gedouched en omgekleed toen Time Out over de eindstreep kwam. Jos was de eerste
van alle winnaars. 
naar boven
|